Het J.P. Getty Museum is in 1974 geopend in een villa aan de Pacific Highway nabij Malibu Beach in Californië. Hiervoor werd de Villa dei Papyri als inspiratiebron gebruikt, die werd opgegraven in Herculaneum, het Romeinse stadje dat net als Pompeï in 79 na Christus werd verwoest door een vulkaanuitbarsting. In dit ‘bescheiden optrekje’ werden de collecties Antiquiteiten, Franse interieurkunst, Oude meesters en Perzische tapijten tentoongesteld. In 1976 overleed J. Paul Getty en kreeg de Foundation met dezelfde naam de beschikking over zijn grandioze vermogen; daarvan besloot men het Getty Center te bouwen, een gigantisch complex dat diverse museale gebouwen omvat en ook het Getty Research Institute (GRI) en het Getty Conservation Center (GCC). Tegenwoordig worden in de Getty Villa de collecties Griekse, Etruskische en Romeinse kunst geëxposeerd.

Het Getty organiseert grote tentoonstellingen, onderzoeksprogramma’s, conserverings- en restauratieprojecten en nodigt onderzoekers uit om voor korte of langere tijd daar te verblijven. Op dit moment ben ik een van die ‘guest scholars’. Tijdens mijn tiendaagse verblijf doe ik verschillende dingen. In de uitgebreide wetenschappelijk bibliotheek (inclusief een afdeling bijzondere collecties) doe ik onderzoek naar het terracottareliëf waarover ik al eens een blog over heb geschreven ). Ook richt ik mij op mogelijke samenwerkingsprojecten tussen het Getty en het Allard Pierson, en daarover overleg ik met onder andere Jeffrey Spier (hoofdconservator van de Getty Villa), Marie Svoboda (projectleider van het APPEAR project) en Mary Louise Hart (conservator die werkt aan een tentoonstelling over mummieportretten).

 

Vandaag mocht ik de opbouw van de tentoonstelling ‘Beyond the Nile – Egypt and the Classical World’ bezoeken. Brigit Maas is hier ook, als koerier van de zeven bruiklenen van het Allard Pierson Museum die in deze tentoonstelling zijn opgenomen. De tentoonstelling gaat a.s. maandag open. In de entreehal is inmiddels een originele obelisk van ca. zeven meter hoog opgesteld, een bruikleen uit Italië.

 

Verder heb ik The Huntington, een wereldberoemde bibliotheek, museum en tuinen, bezocht (en heb ik met Monique Kornell (verbonden aan UCLA Center for Medieval and Renaissance studies) de mogelijkheid besproken om de tentoonstelling ‘De ontdekking van de mens’ uit 2011, over onze anatomische collecties, naar het Huntington te brengen. Inmiddels is zij in contact met Paul Dijstelberge en Marike van Roon. En a.s. donderdag heb ik een afspraak met Edward Bleinberg, conservator Egypte van het Brooklyn Museum in New York, om de mogelijkheden tot samenwerking tussen onze instellingen te bespreken.

Ook de Getty Villa is bezig met een herinrichtingsproject. In april worden de laatste ruimtes waar nu nog aan wordt gewerkt, geopend. Dan start ook een tentoonstelling over Palmyra, met 25 topstukken uit de Glyptotek in Kopenhagen. Hier trof ik weer verschillende voorstellingen aan van een jongen met een druiventros en een duif, een funerair iconografisch thema dat Lindsay Morehouse onderzoekt in de context van het Romeinse rijk.

 

Het is een voorrecht om hier te mogen verblijven, onderzoek te doen en al deze verschillende contacten te leggen, en ik zal jullie op de hoogte houden van het vervolg.