Door Erik Zevenhuizen

Anders dan in het bibliotheekvak is in de archivistiek de herkomst van een stuk bepalend voor de wijze waarop het wordt opgeborgen. Zoals de Archiefterminolgie voor Nederland en Vlaanderen (2007) stelt: een archief is het ‘geheel van archiefbescheiden, ontvangen of opgemaakt door een persoon, groep personen of organisatie’. Stukken kunnen daarom niet willekeurig worden toegevoegd of verwijderd. Leidend daarbij is het zogenaamde bestemmingsbeginsel dat stelt ‘dat ieder archiefstuk deel uitmaakt van het archief waarin het bij ontvangst of opmaken is opgenomen’. Het gebeurt daardoor vaak dat stukken over één gebeurtenis terug te vinden zijn in meer archieven, namelijk omdat er meer ‘archiefvormers’ bij betrokken zijn geweest. Dat is bijvoorbeeld het geval met stukken over de viering van het 25-jarig ambtsjubileum van de Amsterdamse hoogleraar plantkunde Theo Stomps in 1936: die zijn te vinden in zijn persoonlijk archief en in het archief van het boekenfonds dat hij als geschenk ontving. Welke boeken door het fonds werden aangekocht blijkt mede uit een derde archief: dat van de bibliotheek van het botanisch laboratorium, gevestigd in de Hortus Botanicus, waaraan de boeken werden geschonken. Gelukkig voor de onderzoeker zijn alle drie de archieven aanwezig in de Artis Bibliotheek.

Theo Stomps (rechts) en Jac. P. Thijsse bladeren door het album dat Stomps ontving bij zijn 25-jarig ambtsjubileum, 22 mei 1936.

Theodoor Jan Stomps (1885–1973) was een liefhebber van zeldzame botanische boeken en hechtte veel waarde aan een goed voorziene bibliotheek. Het budget van de bibliotheek van het botanisch laboratorium (waarvan hij directeur was) liet echter niet toe bijzondere werken aan te schaffen. Het comité dat de viering van zijn jubileum voorbereidde besloot daarom hem een fonds te schenken waaruit speciale aankopen konden worden bekostigd. Een inzameling onder collega’s, (oud)leerlingen, vrienden en familieleden leverde bijna ƒ 1600,– op. Tijdens de viering, op 22 mei 1936, werd Stomps het bedrag overhandigd. Hij ontving bovendien een album met de handtekeningen van degenen die aan het geschenk hadden bijgedragen, naast een groot aantal felicitaties. Volgens de regels van de archivistiek zijn het album en de felicitaties opgenomen in Stomps’ persoonlijk archief, samen met krantenknipsels, foto’s en andere stukken over het jubileum die hij zelf verzamelde.

Bij notariële akte van 16 april 1937 werd het ‘Theo J. Stomps-Hortus Fonds’ opgericht met als doelstelling ‘het schenken van aanwinsten voor de botanische collecties en bibliotheek van den Amsterdamschen Hortus’. Voorzitter werd de beroemde natuurbeschermer en -propagandist Jac. P. Thijsse, die veertig jaar eerder Stomps als jongen op het pad van de natuurstudie had gezet. Stomps’ promovendus en voormalige assistent Jacob Heimans werd secretaris-penningmeester en W.M. Doctors van Leeuwen, K. Jansma en Stomps zelf werden bestuursleden. Thijsse was terughoudend geweest over de prominente positie die hem was toebedeeld bij het opzetten van het fonds. Weliswaar had hij, mede dankzij Stomps, in 1922 een eredoctoraat van de Universiteit van Amsterdam ontvangen, maar ‘ik ben nog altijd maar een half mensch en een “bijwagen” in de wetenschap’ had hij aan Heimans geschreven. De stukken over de oprichting alsmede de administratie en de correspondentie die hierop volgden bevinden zich in het archief van het fonds, immers een afzonderlijke archiefvormer.

Rekening van de kunstboekbindster Elisabeth Menalda voor de band en kalligrafie van het album voor Stomps.

Getuige het fondsarchief werd in korte tijd veel aangeschaft. In een brief van 20 november 1938 meldde Heimans het bestuur dat er nog ƒ 150,– in kas was, welk bedrag ook spoedig zou zijn opgebruikt. Er bleef echter toch nog wat over. In september 1941 hief Heimans de girorekening van het fonds op en liet hij het resterende bedrag overboeken op de rekening van Stomps. De maand ervoor was door de Duitse bezetter verordonneerd dat alle Joden hun tegoeden moesten overschrijven op een rekening van de genazificeerde bank Lippman Rosenthal & Co. Heimans was Jood.

Nog beter dan uit het archief van het fonds zijn de aankopen te volgen via de stamboeken van de bibliotheek van de Hortus; weer een andere archiefvormer en dus aanwezig in het archief van de bibliotheek. De stamboeken vermelden veel meer werken dan het fondsarchief. Daarentegen staan negen werken die vermeld worden in het fondsarchief niet in de stamboeken. Mogelijk zijn die bij nader inzien niet aangeschaft. Uit de stamboeken blijkt verder dat het fonds in 1938 twee schenkingen ontving: negen werken van Adolphine Leliveld (in 1931 bij Stomps gepromoveerd) en 38 werken van Han Heinsius (alumnus van de Universiteit van Amsterdam en gedurende dertig jaar leraar natuurlijke historie in Amsterdam).

Drie werken worden noch in de stamboeken, noch in het archief van het fonds genoemd, maar de aanschaf blijkt uit de huidige catalogus van de UB: bij deze werken wordt vermeld dat zij een ex libris van het fonds bevatten. Het ex libris komt in meer boeken voor en daardoor blijkt dat een deel van de boeken nu aanwezig is in de Artis Bibliotheek. Van veel andere werken staan de titels vermeld in de UB-catalogus als zijnde aanwezig in UBM, maar of dat fondsboeken zijn zou titel voor titel onderzocht moeten worden. Eenentwintig titels die wel in de drie archieven worden genoemd, staan niet in de catalogus. Deze werken zijn waarschijnlijk ooit afgevoerd, of zoals gezegd mogelijk nooit aangeschaft. Uit de stamboeken blijkt dat in 1944 en ten slotte nog in 1950 boeken op kosten van het fonds zijn aangeschaft. Mogelijk financierde Stomps de laatste aankopen zelf; pogingen om jaarlijkse donateurs te werven waren mislukt.

De drie archieven samen geven het aantal van 84 werken die zijn aangeschaft en geschonken. De schenkingen (47 stuks en dus het merendeel) zijn vooral oude werken uit de achttiende (zes stuks) en negentiende eeuw (32 stuks), onder andere van beroemde auteurs als Linnaeus, Darwin, De Jussieu, Schleiden en Sachs. Er zitten boeken bij over microscopie en anatomie en over de geschiedenis van de botanie. Verder is er een aantal flora’s en werken van de Groningse hoogleraar Van Hall. De gekochte werken zijn voornamelijk (recent verschenen) flora’s: overzichten van de planten van onder andere Engeland, Ierland, Hongarije, Chili, Zuid-Afrika, West-Afrika, India, Nieuw-Zeeland, Mauritius en de Seychellen. Het zal vooral met deze laatste werken zijn geweest dat het fonds de collectie van de bibliotheek heeft aangevuld en zijn doelstelling heeft waargemaakt.

 

Erik Zevenhuizen studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde in 2008 met een proefschrift over de bioloog Hugo de Vries. Ook stelde hij een bloemlezing samen van brieven die De Vries schreef tijdens zijn reizen in Amerika. Verder is hij co-auteur van boeken over de Amsterdamse Hortus. Hij is als gastmedewerker verbonden aan de Artis Bibliotheek.