Oranda … [etc.]. Utrecht, IDG, ca. 1982.

Onlangs werd bij verwerking van enig ongecatalogiseerd kaartmateriaal een serie kaarten van Nederland aangetroffen die duidelijke samenhang vertoont. De overeenkomsten betreffen de afmetingen, look and feel en de herkomst. Daarnaast vertoonden de kaarten ook verschillen. Een beetje in de kleur – maar dat zegt weinig. Meest in het oog springend verschil is de taal waarin de tekst op de kaarten is gesteld. Het is een hele serie: Frans, Duits, Engels, maar ook: Italiaans, Russisch, Indonesisch en zelfs Japans.

De kaarten zijn geproduceerd door het IDG: het Informatie- en Documentatie centrum voor de Geografie van Nederland. Dit centrum was gevestigd in Utrecht en heeft bestaan van 1964 – 1999. De activiteiten richtten zich óók – of beter gezegd: voornamelijk – op buitenlandse geografen en andere geïnteresseerden. De oprichting van het IDG volgde op een aanbeveling vanuit de Raad van Ministers van (toen nog) de Raad van Europa. Alle lidstaten werd de instelling van een dergelijk orgaan aanbevolen, ongetwijfeld ter bevordering van kennisuitwisseling en dus verbeterde onderlinge kennis en wederzijds begrip.

Niderlandy … [etc]. IDG, Utrecht, ca. 1975.

Men ging bij het IDG voortvarend te werk. Er werden vragen beantwoord, tentoonstellingen ingericht, kaarten en brochures geproduceerd. Het doel hierbij was betrouwbare, objectieve en ‘grensoverschrijdende’ informatie te leveren, met het onderwijs als de voornaamste doelgroep. Van belang was hierbij ook het eenzijdige beeld van Nederland bij te stellen zoals dat in buitenlandse schoolboekjes en schoolatlassen werd aangetroffen.

Belanda … [etc.]. IDG, Utrecht, 1982.

In 1984 vond een evaluatie plaats van de activiteiten en producten van het IDG. Toen al was de vraag “wat was goed en wat kan beter”. In totaal werden (anno 1984) meer dan tienduizend informatie-aanvragen door het IDG behandeld uit meer dan 100 landen. En er was reden – ook in 1984 – om de toekomst met vertrouwen tegemoet te zien. Niettemin is het IDG in 1999 ter ziele gegaan. De reden hiervan is ongetwijfeld deels financiëel van aard, maar ook de informatisering van de samenleving heeft denkelijk een rol gespeeld. Meer en meer immers kunnen mensen onbelemmerd beschikken over een veelheid aan informatiebronnen.

Anderzijds: er is nog altijd behoefte aan meer onderling begrip tussen landen en volken. Wat dat betreft had het IDG z’n activiteiten nog wel enige jaren kunnen voortzetten. In ieder geval rest een serie brochures, atlasjes en fraaie wandkaarten van Nederland, in royaal formaat, met de nodige toelichting in een aantal wereldtalen. Als die bijdragen aan meer onderling begrip tussen verschillende volken, bijvoorbeeld bij raadpleging of een tentoonstelling, dan heeft het IDG z’n bestaansrecht dubbel en dwars bewezen.