Kilo’s boter in een boek

Door Mieke Beumer

Buiten schijnt de zon; binnen in de stille leeszaal blader ik door een boek van de Duitse naturalist, arts en antropoloog Johann Friedrich Blumenbach. Het draagt als titel Grondbeginselen der natuurkunde van den mensch en verscheen in Harderwijk in 1791 (OTM: O 62-7185). Het is de eerste Nederlandse vertaling van het in 1786 in Göttingen verschenen werk Institutiones physiologicae. Het geeft een beknopt maar helder overzicht van alle functies van het menselijk lichaam, met verwijzing naar andere standaardwerken. Er zijn slechts vier platen toegevoegd, met illustraties van lichaamsdelen die elders niet goed of helemaal niet waren afgebeeld, waaronder delen van menselijke embryo’s en kinderen.

Uit de vele herdrukken, vertalingen en bewerkingen die van dit werk zijn verschenen blijkt dat het in die tijd veel gebruikt werd als handboek voor artsen en studenten. Naast de oorspronkelijke Latijnse uitgave van 1786 en de eerste Nederlandse uitgave van 1791 bezit de UBA exemplaren van latere Nederlandse edities uit 1807, 1822, 1830 en 1835.

Wat doet dat bonnetje daar?

Het boek is strak gebonden in een onopvallende halflinnen band. Op de rug staat in zwarte letters de tekst: ‘J.F. BLUMENBACH / NATUURKUNDE’. Gezien de aard van het bindwerk en het boekbindersetiketje dat zich op de binnenkant van het voorplat bevindt, is dit inbinden midden vorige eeuw gebeurd. Het boekblok is bijgesneden; de titelpagina is aan de bovenrand ‘gerestaureerd’. Toch zijn rechtsboven nog fragmenten zichtbaar van in zwarte inkt geschreven letters. Rechtsonder op de pagina staat in blauwe inkt een stempel van de ‘Nederl. Maatschappij ter Bevord. der Geneeskunst’.

Bladerend door de tekst – de strakke binding maakt dat niet makkelijk – stuit ik op een briefje. Het is deels voorgedrukt, deels ingevuld met pen en inkt. Het ligt niet los; het zit vast in het katern – onopgemerkt door de boekbinder is het meegebonden met het boek. Het is een waagbriefje, gedagtekend ‘Rypwetering, 22 October 1831’, waarop waagmeester W. de Vries verklaart dat het 1/16 vat boter dat Jakob van Tol heeft geleverd aan de heer J. Vuijsting een gewicht heeft van ‘13 lb 5 ons Nl=’. De afkorting ‘lb’ moeten we in 1831 echter niet lezen als ‘pond’ maar als ‘kilo’. Volgens het in 1820 ingevoerde Nederlands metriek stelsel werd de waarde van het Nederlandse pond immers bepaald op 1 kilogram. Dat kuipje zat dus flink vol: 13,5 kilo.

Vroedmeester Vuijsting

De woonplaats van de koper is niet ingevuld, maar het kostte weinig moeite te achterhalen wie het kon zijn. Johannes (Jan) Vuijsting was vroedmeester in Rijpwetering, een dorp in Zuid-Holland dat met vijf andere dorpen de voormalige gemeente Alkemade vormde. Hij was getrouwd met Truijtje van der Pol, die op 26 februari 1825 overleed in Rijpwetering. In het begraafboek van de Petruskerk in het buurdorp Roelofarendsveen komt tussen 1819 en 1831 de naam van Jan Vuijsting verschillende malen voor als de vroedmeester die een overleden kind doopte.

Dit exemplaar van het boek van Blumenbach zou dus heel goed van vroedmeester Johannes Vuijsting kunnen zijn geweest. Stond zijn naam misschien geschreven bovenaan de titelpagina? Zijn het de letters ‘J’ en ‘V’ die nog deels zichtbaar zijn onder het opgeplakte strookje papier? In dat geval mag Johannes Vuijsting trots zijn dat zijn boek nu deel uitmaakt van de Bijzondere Collecties in Amsterdam.

Mieke Beumer studeerde kunstgeschiedenis aan de UvA en werkte vanaf 1977 bij de Universiteitsbibliotheek als catalograaf affiches, vakreferent-informatiespecialist, tentoonstellingscoördinator en van 2005 tot 2011 als adjunct-conservator van de Artis Bibliotheek. Ze is daar nu gastonderzoeker en houdt zich bezig met verschillende nog niet beschreven plantentekeningen, handschriften en andere verrassende ‘vondsten’.

2016-10-20T13:30:43+00:00

About the Author:

Blogs van gastconservatoren, gastschrijvers en andere gastmedewerkers, van stagiairs en stagiaires, en van bibliotheekmedewerkers van andere afdelingen.

Leave A Comment