Aan het eind van de jaren zestig verwierf de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek de collectie ‘Amstelodamica’ van A.M. van de Waal. Hij werkte als archivaris bij een bank en bracht een van de grootste particuliere collecties betreffende Amsterdam bijeen. Zijn verzameling bestaat uit boeken, kaarten, foto’s, brieven en andere documenten. Na bijna vijftig jaar vereist goed beheer van deze collectie een andere ordening. Daarbij komt veel bijzonder materiaal opnieuw even aan het licht. Ditmaal bij voorbeeld een aantal nieuwjaarswensen.

Zoals wel vaker bij stukken uit de Van de Waal-collectie is het nog al rijp en groen door elkaar. Wat opvalt zijn enkele kwetsbare plano’s, die halverwege de 19de eeuw omstreeks de jaarwisseling werden verspreid door de ‘nachtwacht’. Daarmee werd een soort publieke brigade aangeduid die ’s nachts toezicht hield op de openbare orde (na 1880 werd deze taak overgenomen door de ‘nachtpolitie’). De nachtwachts vroegen daarvoor – bij gelegenheid van het nieuwe jaar – ook een kleine extra tegenprestatie. Daartoe stimuleerden de nachtwakers de burgerij in de vorm van een gedicht met een prent erbij.

In veel gevallen zal dit soort documenten zijn weggegooid, maar een bescheiden aantal is bewaard gebleven. De oplettende kijker herkent op de prenten wel enkele Amsterdamse gebouwen, ook al zijn sommige ervan inmiddels al lang afgebroken. De tekst is sterk Christelijk geïnspireerd en spreekt blijmoedig de hoop uit op een goed nieuw jaar.

Ook van andere beroepsgroepen zijn dergelijke gedrukte nieuwjaarswensen wel bekend, zoals porders, straatvegers, puinhaalders en gasopstekers. Drukkersgezellen brengen op ‘koppermaandag’, de eerste maandag na Driekoningen, door middel van speciale prenten hun kwaliteiten onder de aandacht, vergezeld van goede wensen voor het nieuwe jaar. De gemeente Amsterdam besteedde in de jaren ’50 ook aandacht aan de nieuwjaarskaart. De illustratie is aardig en speels, terwijl de tekst daarentegen kleurloos en voorspelbaar is, al is het dan ook in zes talen.

De enige variant die nu nog bestaat, zijn de kaartjes die bezorgers van kranten en huis-aan-huisbladen omstreeks de jaarwisseling vriendelijk aanbieden, in de hoop op een financiële attentie. Het is in mijn hoofd nooit opgekomen om dergelijke kaartjes voor het nageslacht te bewaren en te archiveren, maar dat deed aartsverzamelaar Van de Waal dus wel. Daarom kunnen we er nu enkele van laten zien – zelfs één van de vuilnisman, die zijn klanten vijftig jaar geleden door middel van een gedrukt kaartje een Nieuwjaargroet bezorgde, ongetwijfeld voorzien van de beste wensen.

Ik sluit me er graag bij aan. Van harte!