Er kwam een getypte brief uit een boek vallen, gedateerd 21 januari 1935. ‘Collega van Bakel en collega Hackmann zijn sedert jaren vrienden’, begint het. Dat wekt de nieuwsgierigheid.

De brief [1] blijkt te gaan over de collectie van de hoogleraar in de godgeleerdheid Heinrich Friedrich Hackmann. Hackmann had een bibliotheek op het gebied van het boeddhisme, bestaande uit zo’n vierduizend boeken. Hij wilde deze schenken aan de universiteitsbibliotheek van Amsterdam, als dank voor ‘de vele aangename jaren hier doorgebracht’. En dat ondanks het feit dat de universiteit van Marburg zeer geïnteresseerd was en zelfs professor Frick naar Amsterdam had gestuurd om te onderhandelen. Hackmanns goede vriend, de hoogleraar Hendrik Anthonie van Bakel, ging in overleg met de Amsterdamse bibliothecaris. Die antwoordde dat ‘gegeven het gebrek aan ruimte in de bibliotheek, zelfs niet het kleinste vertrekje te vinden is om de schenking Hackmann op te nemen’. Exit Amsterdam, Marburg blij.

Wie was die Hackmann? Waarom had hij zoveel boeken over het boeddhisme? Zouden wij tegenwoordig dezelfde keuze hebben gemaakt?

De Duitse theoloog Heinrich Friedrich Hackmann (1862–1935) probeerde zijn leven lang religieuze tradities in overeenstemming te brengen met de moderne tijd, met name met de moderne natuurwetenschap [2]. Het christendom als ‘absolute und allgemeingültige Religion’ was voor Hackmann een onhoudbaar gegeven. Hij zag dan ook voor zichzelf geen rol weggelegd als pastor in de conservatieve Duitse kerk en werd voor een aantal jaren docent. Vanwege zijn bijzondere belangstelling voor het boeddhisme vertrok hij vervolgens naar Shanghai, om pastor te worden van de vrije, ongecontroleerde gemeenschap die daar aanwezig was, waar hij nog echt wat kon betekenen. Vervolgens bereisde hij twee jaar lang, vooral te voet, grote delen van China, Korea, Tibet en Birma, om het boeddhisme werkelijk te leren kennen. Hij beheerste het Chinees voortreffelijk en voorzag dat ‘de slapende reus’ China wakker zou worden, langzamer dan Japan, maar veel overweldigender. Zijn reisverslagen publiceerde hij in het tijdschrift Christliche Welt in Marburg.

In blauw de reis van H. Hackmann, uit: ‘An den Grenzen von China und Tibet’, 1907.

Aangezien hij zich niet meer kon voegen naar de Duitse kerk, vestigde Hackmann zich na zijn vertrek uit China voor een aantal jaren in Londen, waar hij naast zijn werk als pastor zijn ervaringen in het Verre Oosten op papier zette. Hij reisde er nog eenmaal naartoe, ditmaal met zijn vrouw, en leefde maandenlang in een taoïstisch klooster in centraal China. In 1913 werd hem gevraagd hoogleraar in de godsdienstgeschiedenis te worden aan de Universiteit van Amsterdam, een aantrekkelijke optie, aangezien deze universiteit geheel onafhankelijk van welke religie dan ook opereerde.

Aan de Universiteit van Amsterdam raakte hij goed bevriend met collega-hoogleraar in de godsdienstgeschiedenis Hendrik Anthonie van Bakel (1874–1948). Er brak een rustige periode aan, maar zijn gezondheid liet steeds meer te wensen over en in 1934 ging Hackmann met emeritaat. Er is een foto van zijn afscheid bewaard gebleven. Hackmann zit, als middelpunt van de feestelijke samenkomst, op de rectorsstoel. Zijn goede vriend Van Bakel houdt een toespraak. Het is een foto van een schijnbaar weinig emotionele gebeurtenis. Je gaat hem pas anders bekijken als je de geschiedenis kent. Hackmann trok zich na zijn emeritaat – en de weigering van zijn bibliotheek – terug in Hildesheim, waar hij lang gewoond had. Daar sloeg het noodlot toe; zijn vrouw pleegde zelfmoord en Hackmann kwam daar niet meer overheen. Op 13 juli 1935 werd hij dood gevonden op een strand aan de Oostzee. Waarschijnlijk had hij zijn vrouw gevolgd in zijn levenseinde.

Na dit verhaal kan ik alleen maar een spijtig gevoel krijgen over de zakelijke weigering – ‘gebrek aan ruimte’ – van de Amsterdamse bibliothecaris Theissen. Niet om het argument; ruimtegebrek speelt nog steeds een rol bij ons verzamelbeleid, bovendien behoort boeddhisme niet tot onze verzamelgebieden. Wel om menselijke redenen en uit liefde voor het boekenvak. Zo’n boeiend levensverhaal, zo’n dramatisch einde, zo’n belangrijke bibliotheek.

H.A. van Bakel (staande) spreekt H.F. Hackmann (zittend geheel rechts) toe bij zijn emeritaat in 1934.

Noot 1: Niet ondertekende kopie van een brief met een verslag van de gang van zaken rond de Bibliotheek Hackmann, gericht aan de Leden der Universiteits Bibliotheekcommissie Amsterdam, 21 januari 1935.

Noot 2: Zie biografie Hackmann van Fritz-Günter Strachotta: Religiöses Ahnen, Sehnen und Suchen. Von der Theologie zur Religionsgeschichte. Heinrich Friedrich Hackmann 1864-1935. Studien und Texte zur religionsgeschichtlichen Schule 2, 1997.