Een speurtocht, knutseltafel, digitaal spel… jaloers word ik, als ik in musea dit soort leuke vormen van educatie zie – alleen voor kinderen. Wie zegt dat grote mensen niet spelend willen leren? Gelukkig doen serious games in steeds meer musea hun intrede. In onze Digital Museum Lab meetup bekeken we (serious) games vanuit het perspectief van de ontwerper, de onderzoeker en… de gamer. In deze blog nadruk op het perspectief van de ontwerper. Waar moet je op letten als je spel(elementen) inzet in museumcontext?

Met 17 jaar ervaring als ontwerper en strateeg bij de IJsfontein (wier slogan ‘playful learning’) wist Raymond Reijmers een mooi lijstje do’s en don’ts voor ons te presenteren.

* DO – Zag je dat? Die kaart verandert!
Mensen zijn nieuwsgierige wezens en dat is mooi, want vanuit hun eigen nieuwsgierigheid dingen leren is veel effectiever dan opgelegd dingen leren. Als je een spel ontwikkelt, moet je dus zorgen dat je eerst mensen hun nieuwsgierigheid wekt. Voorbeeld: Limes, een interactieve installatie. Verdeeld over drie schermen zie je een hedendaagse kaart van Nederland. Maar kom je dichterbij, dan reageert de kaart op jouw beweging en verandert het langzaam in een reconstructie van hoe het landschap er in de Romeinse tijd uit zou hebben gezien.

* DON’T – Make it easy
Van fouten leer je. Ontwerp je game dus zo dat je zeker weet dat mensen fouten gaan maken! Daag uit en beloon. Dan heb je de grootste kans dat ze er iets van meenemen.

* DO – Design voor meerdere spelers
Stelletjes, families, vrienden… hoe interessant je tentoonstelling ook is, ze komen ergens tussen ook en vooral naar het museum om samen een leuke ervaring te hebben. Ontwerp daarom spellen voor meerdere spelers! Hoe? Hier vier opties:

  1. Asynchroon spel voor enkele speler: de simpelste oplossing, kopieer een spel voor één speler. Clou is om ze niet simpelweg op een rijtje te zetten, maar de spelers naar elkaar en elkaars resultaten te laten kijken. Of laat één persoon spelen, maar in een open setting waarin andere bezoekers er omheen kunnen staan en mee kunnen kijken/ tips kunnen roepen.
  2. Competitief, synchroon spel: laat een flexibel aantal spelers tegelijk een spel spelen. Wie is de beste? Voorbeeld: Veva the Battle voor het Ministerie van Defensie. Zoals dit spel laat zien, kan het zo ontworpen dat het ook alleen gespeeld kan worden.
  3. Coöperatief, synchroon spel: laat een flexibel aantal spelers samen een spel spelen, waarbij samenwerking de beste resultaten oplevert. Voorbeeld: De interactieve watermanager tafel in het Watermuseum. Om persoonlijke inzet te stimuleren, kun je naast een groepsscore ook een individuele winnaar aanwijzen. Spellen kunnen ook zo ontworpen, dat ze door enkele spelers gespeeld kunnen worden.
  4. Asynchroon spel voor meerdere spelers: de spelers hoeven niet tegelijk te beginnen en eindigen. Bezoekers die voorbij lopen kunnen besluiten mee te doen en coöperatie kan voor betere resultaten zorgen. Voorbeeld: Het koekjes inpakspel in het Verkade Paviljoen van het Zaans Museum.

 

NB. Spellen hoeven niet (helemaal) digitaal te zijn! Samen spelen is juist ook heel leuk, als er live interactie tussen de spelers nodig is.

* DON’T – Vergeet de niet-spelers niet
Mensen komen samen en ze kunnen samen spelen, maar soms speelt niet iedereen mee. Maak het spel daarom groot genoeg, leuk genoeg en duidelijk genoeg voor anderen om mee te kijken. Bij het Veva the Battle spel, waarbij de deelnemers het spel in een container spelen, kunnen mensen buiten bijvoorbeeld via een scherm mee kijken. Een valkuil is een spel voor kinderen, waarbij de ouders niets te doen hebben. Zorg dus dat zij tegelijkertijd worden verleid om op een andere manier iets te leren.

* DO – Kort, maar krachtig
Als je mensen hun nieuwsgierigheid hebt gewekt en ze gaan spelen, komen ze in een actieve stand en daardoor nemen ze informatie beter op. Laat ze zo mogelijk dus ook niet zittend, maar staand of bewegend spelen! Dat kost meer energie, maar geeft ook meer energie. Hou de spellen wel kort: 3-5 minuten. Je referentie kader bij het ontwerpen van een spel is hoe mensen omgaan met hun telefoon, niet met hun pc.

 

De onderzoeker en de gamer

Na de praktische tips van een Game ontwikkelaar, volgde het perspectief van een game onderzoeker: Jasper van Vught, verbonden aan de Universiteit van Utrecht. In zijn presentatie ging hij in op games als erfgoed. Hoe bewaar je games? En hoe presenteer je ze aan publiek? Een hele andere benadering, waarvan de powerpoint presentatie hier is te bekijken. Één puntje van overlap met Raymond: mensen houden van kijken naar andere mensen die games spelen. Het fenomeen ‘Let’s Play’, waarbij je in youtube filmpjes kunt zien hoe iemand anders een game speelt, is bizar genoeg razend populair. Dit zou naar de museum context gebracht kunnen worden, door een kleine game

en opname studio op te richten en de video’s van bezoekers en museum professionals online te delen. Last but not least, volgde het perspectief van de gamer zelf. Tijdens ons bezoek aan het game festival INDIGO, door de Dutch Game Garden georganiseerd in voormalige gevangenis De Lik (Utrecht), werd duidelijk dat er zoveel games als mensen zijn. Van games rondom mindfulness en peace building, tot games over strijd in Stalingrad en het leven van vluchtelingen uit Syrië. Maar om welk spel het ook ging, één ding leek onvermijdelijk: spelen is zweten. De klassieke LAN-party geur paste wel bij de gevangenis locatie – en zorgde even toepasselijk dat je daar niet te lang opgesloten wilde zijn.