door Judith Grootendorst

In de Doopsgezinde Bibliotheek bevindt zich een bijzonder boekje dat lang verloren werd gewaand en dat ook nu nog het enige bekende exemplaar lijkt te zijn: de eerste editie van de Vijf stichtelijke predicatien van Jan Gerritsz van Emden uit 1617 (signatuur OK 65-1457)(1). Helaas ontbreekt het titelblad, wat de identificatie natuurlijk enigszins bemoeilijkt.

Begin van de tekst

De enige bron die we hebben voor identificatie is een handgeschreven aantekening in een exemplaar van een latere editie (Amsterdam, Gerrit van Goedesbergh, 1650, sign. OK 65-796), waarin wordt gezegd dat de eerste druk in 1617 te Haarlem ‘by Adriaan Roman’ is uitgegeven door Evert Jansz. te Danswyk. Van ons exemplaar zonder titelblad is vastgesteld dat het inderdaad gedrukt is bij Adriaan Roman in Haarlem. Het is aannemelijk dat het boekje voor het eerst is uitgegeven kort na de dood  van Jan Gerritsz in 1617. Maar wie was deze Evert Jansz. in Danswijk?

portret door Rombout Uylenburgh (1616)

Jan Gerritsz van Emden (Emden? 1561- Dantzig 1617), was een bekend doopsgezind predikant. Hij was werkzaam te Appingedam (1597-1606) en Haarlem (1606-1607) voordat hij in 1607 naar de mennonietengemeente in Dantzig vertrok. Hij zou er blijven tot zijn dood op 7 april 1617. Na zijn dood werden enkele geschriften van hem uitgegeven, waaronder in ieder geval de Vijf stichtelijke predicatien.

Aantekening

Andere titels worden aan hem toegeschreven: Een Vermaen-boekje en Een Spieghel des gheloofs. Ook werden twee brieven van hem uitgegeven. Deze brieven, opgenomen achterin de verschillende edities van de Stichtelijke predicatien, zijn afscheidsbrieven aan zijn kinderen. De eerste is ongedateerd en is gericht aan al zijn kinderen. De andere (gedateerd april 1617, “by Danswijck in de Santgrove”) is een afscheidsbrief aan zijn oudste zoon Gerrit Jansz, die in Haarlem woonde.  Twee andere zoons van Jan Gerritsz woonden in Dantzig. Een van hen volgde zijn vader op als leraar bij de mennonietengemeenschap. Was hij misschien de Evert Jansz. die de Vijf stichtelijke predicatien heeft uitgegeven? Heeft hij het manuscript van zijn vader naar de doopsgezinde gemeente in Haarlem gestuurd, die het heeft  laten drukken bij Adriaan Roman? We weten het niet, maar het zou goed kunnen. Het is slechts gissen naar degene die de aantekening in de tweede editie van de Stichtelyke predicatien maakte.

Volgens voormalig conservator Piet Visser  is de aantekening van de hand van Marten Schagen, boekhandelaar in Amsterdam (1723-1738), van wie de verzameling doopsgezinde geschriften is opgenomen in de Doopsgezinde bibliotheek(2). Echter, in diens Naamlyst der doopsgezinde schryveren en schriften, (Amsterdam, Jan Hartig, 1745), waarvan het handexemplaar met aantekeningen van Marten Schagen zelf aanwezig is in de UB (sign. OK 65-1209), wordt de eerste editie van de Vijf predicatien niet genoemd. Waarschijnlijk kende Marten Schagen de editie uit 1617 dus niet en heeft hij de aantekening in het boekje van 1650 niet gemaakt.

Aanhef van de brief aan zijn zoon Gerrit

Ook in het 18e-eeuwse standaardwerk van Schyn/Maatschoen (Geschiedenis der Mennoniten, deel III, 1745)(3) is de eerste editie onbekend:

Wanneer dezelve voor de eerste reize gedrukt zijn, is mij onbekend, alzoo ik de eerste uitgaave nooit heb gezien, of tot dus verren kunnen magtig worden” (p. 51).

In nieuwere doopsgezinde naslagwerken wordt de editie eveneens als onbekend of vermist beschouwd: in Springer-Klassen (1977) wordt de editie 1617 niet genoemd; volgens de Mennonite Encyclopedia, vol. II (1972) is de eerste editie verloren gegaan.

Het is te hopen dat er nog eens een exemplaar met titelblad tevoorschijn komt. Tot zolang kunnen we niet met honderd procent zekerheid vaststellen dat het exemplaar van de Doopsgezinde Gemeente inderdaad de eerste editie betreft. De kans is echter zeer zeker aanwezig dat het boekje na al die jaren, eeuwen zelfs, is opgedoken  in de UB.

1) In 1993 aangeschaft door voormalig conservator Piet Visser van ene  wed. H.J. van Dijk te Giessenburg.

2) Doopsgezinde bijdragen, nieuwe reeks, nr. 19 (1993), p. 254

3) Schyn/Maatschoen, Geschiedenis der Mennoniten, deel III, Aanhangzel, dienende tot een vervolg van de geschiedenisse der mennoniten, 1745

 

Judith Grootendorst werkt sinds 2008 bij de UB Amsterdam als catalograaf oude en bijzondere werken. Daarvoor werkte ze geruime tijd voor de STCN en daar weer voor studeerde ze Franse taal- en letterkunde in Nijmegen.

Met dank aan Adriaan Plak.