Het beroemdste en mooiste anatomieboek is geschreven door Vesalius en verscheen te Basel in 1543. Dankzij de KNMG hebben we twee exemplaren van de eerste druk. Een was ooit van professor Tulp, die zelf vooral beroemd is vanwege de anatomische les van Rembrandt. De professor tilt wat spieren op en een paar chirurgijns kijken gespannen toe. Je vraagt je af wat ze nu precies leren. De verhalen over anatomische lessen waar wij allemaal mee op zijn gegroeid gaan ongeveer zo: eerst mocht anatomisch onderzoek niet van de kerk. Na veel strijd mocht het wel en kon de medische wetenschap aan haar zegetocht beginnen.

02

[Titelblad van de eerste druk. We zien Vesalius zelf aan het werk. Twee knechten die dat vroeger deden voor de hoogleraar zitten werkloos onder de snijtafel]

Is dat wel zo?

De grote anatoom Vesalius was zeker een gedreven onderzoeker. Maar zijn prachtige boek was ook een sollicitatiebrief. Dankzij dat boek werd hij tot lijfarts van de keizer benoemd. Er zouden in de loop der eeuwen nog veel meer anatomische atlassen verschijnen, de één nog mooier dan de ander. De voornaamste indruk van al die boeken die zijn geschreven door hoogleraren in de anatomie is dat de schrijvers stuk voor stuk prima-donna’s waren. IJdeltuiten die geïnteresseerd waren in roem, status en geld (niet noodzakelijk in die volgorde) en die zich lieten voorstaan op kennis waarvan enigerlei praktische toepassing nihil was.

Een vraag die je in de boeken over de geschiedenis van de anatomie niet tegenkomt: wat is het nut van kennis van de vorm, als je geen idee hebt van de functie? Als je precies weet hoe de lever eruit ziet maar denkt dat het een plek is waar bloed wordt gemaakt dat even later in het hart wordt verbrand. Anatomische prenten uit de 16de-18de eeuw zijn prachtig en laten goed zien hoe botten, organen en spieren eruit zien. De accuratesse ervan staat in geen verhouding tot de medicijnen die diezelfde artsen voorschreven aan zieken: varkenskots, gedroogde adder, galstenen van een Javaanse geit enzovoort. Wee de zieke die rijk genoeg was om een dergelijke arts te betalen!

04

[Tekening van de satiricus Rowlandson. Een anatoom verlustigt zich aan een lijk – dit was de tijd waarin Burke en Hare prostituees ombrachten en verkochten aan de snijzaal]

Tijdens de Franse revolutie rolden er een paar jaar lang heel wat koppen. De revolutie in het medisch onderwijs die tegelijkertijd plaatsvond zou de hele negentiende eeuw door ontelbare patiënten het graf in helpen. Dat kwam door het verplicht stellen van anatomisch onderwijs na 1789. Voortaan hield iedere student en iedere medicus zich bezig met anatomie en hielp daardoor mee met het verspreiden van de vreselijkste infecties. Tot in het begin van de twintigste eeuw waren er artsen en hoogleraren die hygiëne onzin vonden. In de Europese ziekenhuizen voltrok zich zo een tragedie waarvan de omvang nauwelijks kan worden onderschat.

03

[Grafrovers aan het werk. De vraag naar lijken was zo groot dat het stelen van lijken een lucratieve bezigheid werd]

De chirurg was een goede vriend van de Man met de Zeis. Omdat artsen steeds beter wisten hoe het lichaam er van binnen uitzag, wilden ze hun kunsten natuurlijk ook op de levenden botvieren. Het opereren nam een enorme vlucht en de chirurg werd de halfgod van de medische wetenschap. Tot het midden van de negentiende eeuw gebeurde dat zonder verdoving en zonder veel mededogen. De vader van de beroemde schrijver Gustave Flaubert schreef in het begin van de negentiende eeuw als eerste een proefschrift over de pijnbeleving van de patiënt – lang na de uitvinding van de narcose in het midden van de eeuw waren er nog chirurgen die verdoving onzin vonden. Poetic justice: door de spartelende patiënten op de snijtafel verwondde een chirurg maar al te vaak zichzelf. Met zijn vieze mes en daardoor vaak met fatale gevolgen.

Die tijd ligt gelukkig achter ons al moeten we maar afwachten wat men over honderd jaar over de artsen van vandaag de dag te melden heeft. Het gekerm van de patiënten is verstomd. We hebben alleen de boeken nog, vaak met schitterende illustraties. En we hebben de verhalen. Over een rechter te Padua, die met Vesalius bevriend was en ervoor zorgde dat misdadigers bleven leven tot de anatoom ze nodig had. Of de tragedie die door het verstrijken van de tijd tot comedie is geworden: het verhaal van de anatoom die voor zijn les aan studenten het laken optilt en daar het lijk van zijn maitresseaantreft, vermoord door de misdadigers van wie hij zijn lijken kocht. En we hebben de prachtige negentiende-eeuwse begraafplaatsen die vooral zo mooi zijn door de stenen huisjes en zware beelden waarmee de nabestaanden hun dierbaren probeerden te beschermen tegen de lijkenrovers.

05

Een digitale tentoonstelling van anatomische prenten door de eeuwen vind u hier

[Afbeeldingen voor zover niet zelf gemaakt, ontleend aan Wikimedia Commons]