De stedenatlas van Pieter Hendricksz. Schut

Johannes Vermeer, de Allegorie op de Schilderkunst

Hiernaast is een bekend schilderij van Johannes Vermeer afgebeeld, de Allegorie op de Schilderkunst, dat hij tussen 1666 en 1668 schilderde. Deze blog gaat niet over het schilderij, ook niet over de schilder of het meisje op het schilderij (lees daarover hier het artikel op Wikipedia). Deze blog gaat over wat je aan de muur ziet hangen: een wandkaart.

Het betreft hier een wandkaart van de Zeventien Provinciën die in deze vorm is uitgegeven door Claes Jansz. Visscher in 1636 (Visscher gebruikte daarvoor als voorbeeld een kaart die al uit 1594 dateerde). Toen Vermeer de kaart schilderde was ze pas zo’n 30 jaar oud. Je ziet direct wat er gebeurt met wandkaarten als je ze aan de muur hangt: ze gaan achteruit. Binnen dertig jaren blijken er al grote vouwen in te zitten, waarvan de grootste al begint te scheuren. Ter zijde: de grote scheur in het midden is volgens een suggestie van Jan van Bracht een verwijzing naar de splitsing tussen de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden (zie zijn artikel in Caert-Thresoor). Het is dan ook niet verwonderlijk dat er nog maar weinig van zulke wandkaarten bewaard zijn gebleven  – een cartobibliografie en inventarisatie van de nog bestaande Nederlandse wandkaarten is in voorbereiding door prof. Günter Schilder en Paula van Gestel.

De wandkaart op Jan Vermeer, Allegorie op de Schilderkunst

Links en rechts van de kaart zien we een rand met twintig stadsgezichten van de belangrijkste steden en hoven van de Nederlanden. Over deze prenten met stadsgezichten gaat deze blog.

Deze wijze van versieren van kaarten en wandkaarten is begin zeventiende eeuw in Amsterdam ontstaan, zowel voor foliokaarten (kaarten op één blad) als voor wandkaarten. Aan de randen konden allerlei prenten geplaatst worden die een relatie hadden met het gebied op de kaarten, meestal klederdrachten en stadsafbeeldingen, zowel plattegronden als stadsprofielen.

Wandkaarten zijn zo groot dat ze niet met één koperplaat gedrukt kunnen worden. De kaart zelf bestaat  bijna altijd uit minstens vier bladen, maar dat kunnen er bij grote kaarten makkelijk meer dan twintig zijn. De decoratieve randen zijn dan gemaakt van afzonderlijk gedrukte prenten.

Meer en meer werden er voor wandkaarten speciale prentseries vervaardigd, die niet alleen aan de uitgevers van wandkaarten geleverd worden, maar die ook als losse prenten of als series verkocht werden.

In de tweede helft van de zeventiende eeuw ontstond een nieuw type stadsafbeeldingen, die een gezicht op een stad tonen met een lage horizon op ongeveer tweevijfde deel van de onderrand. Het profiel zelf is op de horizon getekend onder hemel met wolken, en in de voorgrond zien we mensen, dieren, bomen en struiken. Dit soort prenten is bedacht door Pieter Hendricksz. Schut.

 

Er zijn 29 van deze profielen van Schut bekend, 23 daarvan zijn uitgegeven in een serie door Nicolaes Visscher omstreeks 1658-60. Voor de serie is zelfs een speciale de titelpagina gemaakt, overigens niet door Schut: het is een ets van Abraham Blotelingh naar een tekening van Nicolaes Berchem. We zien daarop een allegorische voorstelling van het bekende verhaal over de schaking van Europa door Zeus, in de gedaante van een stier.

Amsterdam door Pieter Hendrickz. Schut

Detail van het gezicht op Amsterdam

 

De serie stadsprofielen was zo’n groot succes dat hij minstens drie maal nauwkeurig is gekopieerd. In mijn onderzoek naar stadsplattegronden en profielen van Wenen vond ik behalve Schuts eigen afbeelding, drie ongesigneerde exemplaren die elk met een eigen koperplaat gedrukt zijn.

 

De set kaarten is weliswaar als ‘atlas’ uitgegeven, maar was specifiek bedoeld voor wandkaarten. De meeste sets ondergingen dan ook het lot van deze wandkaarten. Na een aantal jaren aan de muur waren ze vuil, verkleurd, gescheurd en werden weggegooid. Van Schuts serie in boekvorm zijn daarom wereldwijd maar zes exemplaren bekend, sommigen ervan incompleet en geen enkele in een Nederlandse verzameling. Het is daarom heel mooi dat het Allard Pierson, de Collecties van de Universiteit van Amsterdam, eind 2018 een compleet exemplaar van dit zeldzame werk aan heeft kunnen schaffen – met hulp van de Stichting Vrienden van de Bijzondere Collecties.

 

Gegevens:

Pieter Hendricksz. Schut, Afbeeldinghe der voornaemste steden van Europa, Amsterdam: Nicolaes Visscher, [1658/60] OTM: HB-KZL 1809 A 2

Om verder te lezen:

J.H. Biller, “Das Städtebuch von Nicolaes Visscher und Pieter Hendricksz. Schut”, in: Peter H. Köhl en Peter H. Meurer (eds.), Florilegium Cartographicum. Beiträge zur Kartographiegeschichte und Vedutenkunde des 16. bis 18. Jahrhunderts. Fritz Hellwig zu Ehren. Leipzig: Verlag Dietrich Pfähler, 1993; p. 90-116.

Peter van der Krogt, ‘Dits ’t oogh van Oostenrijck, het trots en machtich Weenen’: Nederlandse stadsgezichten en plattegronden van Wenen, 51-102. In Paula van Gestel-van het Schip & Peter van der Krogt (ed.)., Mappæ Antiquæ: Liber Amicorum Günter Schilder. ’t Goy-Houten: HES & de Graaf, 2007

2019-05-08T15:49:13+00:00

About the Author:

Dr. Peter van der Krogt (1956) schreef een proefschrift over de productie van aard- en hemelglobes in de Nederlanden en is de auteur van de serie Koeman’s Atlantes Neerlandici, een bibliografie van in Nederland verschenen atlassen. Hij is Jansonius-conservator en hoofd van het onderzoeksprogramma Explokart bij de Bijzondere Collecties.